Het massale verzet ging de geschiedenis in als de februaristaking, de eerste grootschalige actie tegen de fascistische bendes. Dit was de reactie tegen de toenemende onderdrukking en de razzia’s waarbij honderden Joodse mensen werden opgepakt in Amsterdam. Een staking van gewone werkende mensen die gehoor gaven aan de oproep, het waren deze mensen die zich verzetten tegen fascisme en oorlog. Niet de leden van het koningshuis, niet de bedrijfsbazen en zeker niet de politici van het vooroorlogs Nederland, maar de arbeidersklasse leidde deze verzetsdaad. De staking liet zien dat georganiseerde arbeiders samen een vuist kunnen maken tegen het fascisme.
Dit inspireert nog steeds iedereen die zich tegen fascisme en imperialistische oorlog wil verzetten. Veel van deze gewone mensen die in de oorlog als verzetsstrijders optraden, werden na de oorlog uitgesloten van het publieke leven of gediscrimineerd vanwege hun overtuiging. Gewoon omdat zij lid waren een echt linkse partij of abonnee waren op het dagblad De Waarheid. Kosten noch moeite werden gespaard om anti-socialistische propaganda over de mensen uit te storten.
Lessen uit het verleden.
De Februaristaking van 1941 na 85 jaar herdenken is niet alleen nodig om de stakers te eren, maar ook om lessen te trekken. Het kennen van onze geschiedenis helpt in de strijd tegen hedendaags fascisme en oorlog vooral het systeem dat dit veroorzaakt: de eindeloze winsthonger van het kapitaal die uiteindelijk fascisme en oorlog produceert en ons ook vandaag omringt. De geschiedenis van de Februaristaking is nauw verbonden met de stad Amsterdam. Daar begon de staking en herinnert het standbeeld de Dokwerker op het Jonas Daniël Meijerplein ons er aan.
Ook in Utrecht werd gestaakt
Minder bekend is dat de staking zich uitbreidde naar andere plaatsen, waaronder Utrecht. De staking in Utrecht heeft afgelopen jaar weer aandacht gekregen en er werd eindelijk op 26 februari 2025 een monument onthuld. Er is maar weinig bekend over de Utrechtse staking, terwijl er toch zo’n 4000 mensen het werk hebben neergelegd. In Amsterdam staakten voornamelijk gemeentearbeiders, waaronder personeel van het gemeentevervoerbedrijf, waardoor de trams niet reden. In Utrecht waren het vooral fabrieksarbeiders die het werk neerlegden.
85 jaar na de staking het verhaal van drie Utrechtse stakers.
De Utrechtse Februaristaking begon bij Werkspoor in Zuilen, daar werden treinen en staalconstructies geproduceerd. Historicus Spaans-van der Bijl schrijft in Utrecht in Verzet, 1940-1945 dat “het sein dat door de communisten werd gegeven ook in andere kringen weerklank vond”. Dit blijkt ook uit de rol van Gerrit Kapperman, de 45-jarige chauffeur van de Werkspoorfabriek. Hij was zelf christelijk (Gereformeerd) en hij reed tussen de vestigingen van Werkspoor in Amsterdam en de fabriek in Zuilen. Op 26 februari, om 9 uur s’ ochtends riep hij zijn collega’s bijeen in het schaftlokaal en spoorde hij zijn collega’s aan om net als in Amsterdam het werk neer te leggen. Een groep arbeiders van Werkspoor trok vervolgens naar de naast gelegen DEMKA Staalfabrieken. Uiteindelijk legden alle arbeiders, met uitzondering van kantoorpersoneel, het werk neer bij de Werkspoor en DEMKA. Een deel van de stakers uit Zuilen vertrok naar huis, een ander deel trok in een stoet de stad in, op weg naar de andere fabrieken. Bij de machinefabriek Jaffa, aan de Groeneweg, was Ries van der Steen werkzaam. Hij was eerder werkzaam bij Werkspoor. Ries was CPN-er en nog voordat de stakers uit Zuilen de Jaffafabriek aan de Groeneweg bereikten, was Ries zijn collega’s aan het aansporen het werk neer te leggen. Hij had op zaterdag 22 februari mee vergaderd in Amsterdam met de initiatiefnemers van de staking daar. De arbeiders van Jaffa voegen zich bij de stoet van Werkspoor en DEMKA en gingen op weg richting de Croeselaan naar de metaalfabriek Frans Smulders. Ries probeerde de staking ook de volgende dag te verlengen. Zo had hij op woensdagavond nieuwe pamfletten gestencild. In de loop van donderdag werd het werk hervat. Die week werd Ries op zijn werk gearresteerd voor zijn deelname aan de staking. Kort daarna werd hij vrijgelaten en dook hij onder. In mei 1942 werd hij opnieuw gearresteerd en veroordeeld tot vijftien jaar tuchthuisstraf. Van der Steen overleefde de oorlog en overleed in 1981. Op 1 januari 2025 werd een van de rapporten van Stichting 1940-1945 openbaar gemaakt, waarin de rol die betonvlechter Johannes de Vries speelde in de Utrechtse Februaristaking werd onthuld. De Vries was werkzaam bij v.d. Zande gelegen aan de Catharijnesingel en Lid van de RSAP en hij verspreidde vanaf mei 1940 anti-Duitse lectuur. Tijdens de Februaristaking speelde hij een vooraanstaande rol en verspreidde hij stakingspamfletten. Op 25 juni 1941 werd De Vries met andere leden van het MLL en leden van de CPN gearresteerd. Hij overleed op 17 oktober 1942 in het concentratiekamp Neuegamme, 43 jaar oud.

Lessen van Utrechtse stakers
De verhalen van Kapperman, Van der Steen en De Vries laten zien hoe verschillend de achtergronden van de stakers waren. Hun moedige optreden toont ook aan dat de staking niet zomaar spontaan ontstond, maar voortkwam uit een vanuit klasse georganiseerde werkvloer. De fabrieksarbeiders steunden elkaar, dus toen een collega opriep tot staking werd hier massaal gehoor aan gegeven.
De Utrechtse Februaristakers laten zien dat een georganiseerde werkvloer gezamenlijk een vuist kan maken tegen fascisme. In Utrecht is op 26 februari 1941 het werk neergelegd in de volgende bedrijven: de Werkspoorfabriek, staalfabriek DEMKA, machinefabriek Smulders, machinefabriek Jaffa en loodbewerkingsbedrijf Hamburger.
